Naar inhoud springen

Levertraan

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een lege fles levertraan, ca 1920-1940

Levertraan is een dierlijke olie, gewonnen uit de lever van kabeljauw, schelvis en andere vissen uit de familie van kabeljauwen (Gadidae). Soms wordt ook de lever van heilbot gebruikt. Het is een wijdverbreid misverstand dat levertraan van walvissen afkomstig is (van walvissen komt walvistraan, een brandstof).[1] Kabeljauwen slaan hun vet vooral op in de lever, die daardoor vrij groot is.

Levertraan was goed voor preventie van de botziekte rachitis, omdat het vitamine D bevat, evenals vitamine A.[2] Maar de smaak van levertraan werd erg vies of zelfs afschuwelijk gevonden.[3][4] Toen er een synthetisch alternatief kwam, verdween het wijdverbreide gebruik van levertraan.

Preventie van rachitis

[bewerken | brontekst bewerken]
Levertraancapsules

Omdat levertraan rijk is aan vitamine D, werd het in het verleden vaak aan kinderen gegeven ter preventie van rachitis, een beenderziekte die het gevolg is van een tekort aan calcium ontstaan door een tekort aan vitamine D. Het tekort aan deze vitamine veroorzaakt ook een slecht gebit.[1]

Engelse kinderen krijgen op school een lepel levertraan (1944)

Levertraan werd al sinds het begin van de negentiende eeuw toegepast tegen rachitis, dat ook wel Engelse ziekte werd genoemd, omdat het voorkwam bij kinderen van armoedige gezinnen in de steden in Engeland.[3] Wat de oorzaak van die ziekte was, en waardoor levertraan werkzaam was, was op dat moment niet bekend. Gedacht wordt dat de Britse arts Edward Mellanby ontdekte dat rachitis veroorzaakt werd door een tekort aan een vitamine. Hij toonde bij puppy's aan dat o.a. levertraan hielp tegen rachitis.[3] Adolf Otto Reinhold Windaus ontdekte in 1927 de werkzame stof.[3]

Tijdens de oorlogsjaren 40-44 kregen de leerlingen van de lagere school, tijdens de speeltijd om 10.00 uur, een lepel levertraan te slikken. Vanaf het midden van de twintigste eeuw konden vitamine A en D chemisch worden geïsoleerd en vanaf 1961 werden deze vitamines aan margarine toegevoegd.[5] Sindsdien is de consumptie van levertraan sterk verminderd.

Een reclamebord voor levertraan

Samenstelling

[bewerken | brontekst bewerken]

Levertraan is een vette olie en bevat jodium, fosfor, en vitamine A en D en is tevens een van de producten met het hoogste gehalte aan omega 3-vetzuren. In vrijwel alle levertraanproducten zijn de niveaus van vitamine A en D, die van nature in levertraan aanwezig zijn (en die kunnen fluctueren tussen verschillende charges/partijen), aangevuld met extra hoeveelheden van deze vitamines om tot constante (gestandaardiseerde) hoeveelheden vitamine A en D te komen. Ongevitamineerde levertraan (waarbij deze standaardisatie niet heeft plaatsgevonden) is voor zover bekend niet te koop in Nederland of België.

Zuivere levertraan is een kleurloze of lichtgele olie, met een enigszins visachtige maar niet ranzige smaak en geur. Vanwege de typische smaak wordt levertraan in de eenentwintigste eeuw meestal in capsulevorm ingenomen. Ook worden soms smaakstoffen van munt of citrusvruchten toegevoegd.

De ranzige en vissige smaak ontstaat door de oxidatie van de olie.[2]

  • Rie Cramer schreef in 1934 een lang vers met illustraties van haar hand over een jongetje dat geen levertraan wilde innemen, omdat het zo vies smaakte. Dokter Levertraan lost het uiteindelijk op.[6]
  • De Amerikaanse minister van Gezondheid, Robert Kennedy, beweerde in 2025 dat levertraan de ernstige ziekte mazelen zou kunnen tegengaan.[4] Dit is onjuist.[4] Het is wel een feit dat kinderen met een tekort aan vitamine A (dat ook in levertraan zit), als ze mazelen krijgen, een groter risico hebben op een ernstig verloop en complicaties.[4] Levertraan helpt tegen die vitaminetekorten. Tegen mazelen helpen vooral vaccinaties.