denappel
Uiterlijk
- den·ap·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | denappel | denappels denappelen |
| verkleinwoord | denappeltje | denappeltjes |
deâdenappelâm
- (plantkunde) houtige vrouwelijke vrucht met schubben van dennenbomen
- âžÂ Cristiano Ronaldo ruikt naar aftershave en denappels.[2]
- âžÂ Toen de eekhoorns voor de mensen op de loop gingen hadden ze nog stukjes vlees in hun muil. Een getuige verklaarde dat de hond het zelf had gezocht omdat hij in struiken snuffelde en naar de eekhoorns blafte. Specialisten wijten de opmerkelijke aanval aan een groot tekort aan denappels.[3]
- Het woord denappel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "denappel" herkend door:
| 35Â % | van de Nederlanders; |
| 69Â % | van de Vlamingen.[4] |
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â
Weblink bron Geschreven door:Frank HeinenâEen lang weekend Drenthe met Cristiano Ronaldoâ (30/04/2014), HP de Tijd - â
Weblink bron psrâKiller-eekhoorns verscheuren hondâ (02/12/2005), De Standaard - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Plantkunde in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 35 %
- Prevalentie Vlaanderen 69 %