Naar inhoud springen

kalmte

Uit WikiWoordenboek
  • kalm·te
  • In de betekenis van ‘rust’ voor het eerst aangetroffen in 1602 [1]
  • afgeleid van kalm met het achtervoegsel -te [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord kalmte kalmtes
verkleinwoord

de kalmte v

  1. rust, stilte, koelbloedigheid, gemoedsrust
    ▾ Door haar kalmte en haar langetermijnvisie voor hun toekomst laat ze hem altijd voelen dat ze zelfbewust is, maar dat doet ze heel duidelijk en vriendelijk.[3]
    ▾ Het had met gemak op een bloedige rel kunnen uitlopen, maar Cicero sprong op de achterkant van een wagen en riep de Sicilianen toe dat ze hun kalmte moesten bewaren, dat Metellus het niet zou wagen om een Romeinse senator kwaad te doen die op gezag van de rechtbank van een praetor handelde, hoewel hij er wel aan toevoegde, en maar half voor de grap, dat als hij voor donker nog niet naar buiten was gekomen, ze wellicht eens konden vragen waar hij zat.[4]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[5]