kampweek
Uiterlijk
- kamp·week
- samenstelling van  kamp zn en  week znÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kampweek | kampweken |
| verkleinwoord | kampweekje | kampweekjes |
- een vakantieweek op een vaste plaats voor een groep
- De opening van de nieuwe editie van de ViVa geschiedt op maandag 6 juli bij speeltuin 't Hond. Twee deelnemende speeltuinen bieden een kamp aan. Speeltuin Het Lindenhof gaat van 6 tot en met 10 juli naar het kampeerhuis De Meene in Buurse. Ook speeltuin Robinia heeft voor een kampweek gekozen. "Dat is een bewuste keuze. Het gaat om speeltuinen in achterstandswijken. Daar wonen veel kinderen die nooit op vakantie gaan." [1]Â
- De jaarlijkse kampweek wordt voor de dertiende keer gehouden, voor de vierde maal is het gezelschap zaterdag in Eibergen neergestreken. Ze verblijven er een week. âJe vindt hier echt nog de Achterhoekse vriendelijkheid. Er zijn voldoende faciliteiten aanwezig en het veld zelf is prachtigâ, vertelt de Maarsenaar Beks. [2]Â
- Het woord 'kampweek' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "kampweek" herkend door:
| 96Â % | van de Nederlanders; |
| 94Â % | van de Vlamingen.[3] |
- â Tubantia 26-06-09 Jeugd ViVa rekent op grotere toeloop door recessie
- â Tubantia 02-08-15 Modelvliegkamp Eibergen: âDie drones bezorgen ons onterecht slecht imagoâ
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be