Naar inhoud springen

liedje

Uit WikiWoordenboek
  • lied·je
  • afgeleid van lied met het achtervoegsel -je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord liedje liedjes

het liedje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord lied
  2. alleen verkleinwoord (muziek) verklanking van een tekst op muziek, vooral bedoeld als vermaak
    ▸ Heel diep inwendig, zonder ook maar te neuriën, zong hij het Duitse liedje dat de grote grammofoonmachine had gespeeld; zijn tong sloeg het ritme tegen zijn tanden.[1]
    ▸ Fawaz denkt met weemoed terug aan de zender. "Vroeger zat ik hele dagen voor de tv naar TMF te kijken om dezelfde clip nog een keer te zien. Maar het principe dat er bij een liedje een clip hoort, dat blijft."[2]
  • liedje van verlangen
willen uitstellen wat je niet leuk vindt. [3]
  • het is weer hetzelfde liedje
het is een herhaling van woorden, een zaak, opzet enz.
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  1. ↑ “De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364
  2. ↑ Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2025 Weblink bron “30 jaar geleden begon TMF, herinneringen nog springlevend” (1 mei 2025), NOS
  3. ↑ liedje op website: Etymologiebank.nl
  4. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be