repweek
Uiterlijk
- rep·week
- samenstelling van  rep zn "repetitie" en  week znÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | repweek | repweken |
| verkleinwoord | repweekje | repweekjes |
- (onderwijs) periode waarin de leerling alleen op school komt om repetities te maken
- Het woord repweek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal