sturen
Uiterlijk
- stu·ren
- erfwoord, in de betekenis van âdoen gaan (in bepaalde richting)â aangetroffen vanaf ca. 1100 [1]
- afkomstig van:
- Middelnederlands: sturen
- Oudnederlands: stiuren
- Germaans: *steurjan
- Oudnederlands: stiuren
- Verwant in Germaans:
- Andere Indo-Europese talen:
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| sturen /'styËrÉ(n)/ |
stuurde /'styËrdÉ/ |
gestuurd /ÉŁÉ'styËrt/ |
| zwak -d | volledig | |
sturen
- inergatief de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt
- De kapitein stuurde behendig rond alle hindernissen.Â
- inergatief het stuur van een auto bedienen
- Omdat ik nog geen rijbewijs heb, mag ik voorlopig niet sturen.Â
- inergatief de instructies van een roer of stuur opvolgen
- Kleine wagentjes sturen gemakkelijk; dat is een voordeel in het drukke stadsverkeer.Â
- overgankelijk de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt
- De rallyrijder stuurde zijn wagen razendsnel door de bochten.Â
- overgankelijk zorgen dat [een situatie] zich in een bepaalde richting ontwikkelt
- Zijn onverwachte komst stuurde ons plannetje volledig in de war.Â
- overgankelijk zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert
- Met één enkele afstandsbediening kon ze alle elektronica bij haar thuis sturen.Â
- overgankelijk [een persoon] ergens heen doen gaan
- De leraar stuurde een van zijn obstinate leerlingen naar huis.Â
- âžÂ 'Ik kan mijn dokter naar jullie toe sturen, maar Maren vertrouwt die mensen nooit ' Het orgel begint weer te spelen, tonen die over elkaar heen tuimelen en in Nella's oren vreselijk disharmonisch klinken.[2]
- âžÂ Als reactie op deze epidemie wordt er door steeds meer bedrijven en overheden beleid gemaakt om mensen na een aantal jaar trouwe dienst verplicht op verlof te sturen.[3]
- âžÂ En zodra het dag werd, stuurden die Pedro, die altijd voor de paarden zorgde, naar de slaapkamer van de Sint: `Sinterklaas, Sinterklaas, we kunnen niet naar Holland.[4]
- ditransitief zorgen dat [een brief of ander bericht] zijn bestemming bereikt
- Elk jaar stuur ik mijn tante een kerstkaart.Â
- Ik stuur een brief.Â
- Ik stuur mijn moeder een brief.Â
- Ik stuur een brief aan mijn moeder.Â
- âžÂ In mijn brief heb ik de miniatuurmaker uitdrukkelijk gevraagd niets meer te sturen.[2]
- âžÂ In de garage stonden honderden resupplydozen met voedsel die hikers aan zichzelf hadden gestuurd.[3]
- overgankelijk ~ tot (verouderd) [een woord of blik] tot iemand richten
- De norse veldheer stuurde een strenge blik tot zijn verzamelde bataljon.Â
 Â
|
|
- [7]Â de kat sturen
- [7]Â om een boodschap kunnen sturenin staat zijn lastig werk te doen
  1. de richting bepalen waarin een schip zich voortbeweegt. Â
  2. het stuur van een auto bedienen. Â
  4. de richting bepalen waarin [een voertuig] zich voortbeweegt. Â
  5. zorgen dat [een toestel] de gewenste taken uitvoert. Â
  6. [een persoon] ergens heen doen gaan Â
- [8] Het voorzetselgebruik bij de uitdrukking "een brief sturen" wordt beschreven door Taaladvies.
deâsturenâmv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stuur
- Het woord sturen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sturen" herkend door:
| 100Â % | van de Nederlanders; |
| 99Â % | van de Vlamingen.[5] |
- â Oudnederlands Woordenboek
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-LuyckxâHet huis aan de gouden bochtâ (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - 1 2 Tim VoorsâAlleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canadaâ, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- â âHet hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaartenâ (1973), Lemniscaat
, p. 11 - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Erfwoord in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Ditransitief werkwoord in het Nederlands
- Verouderd in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %