vrezen
Uiterlijk
- vre·zen
- In de betekenis van âbang zijn voorâ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vrezen /'vrezÉ(n)/ |
vreesde /'vrezdÉ/ |
gevreesd /ÉŁÉ'vrest/ |
| zwak -d | volledig | |
vrezen
- overgankelijk bang zijn, angst hebben
deâvrezenâmv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vrees
deâvrezenâmv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vreze
- Het woord vrezen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vrezen" herkend door:
| 99Â % | van de Nederlanders; |
| 99Â % | van de Vlamingen.[4] |
- â "vrezen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- â Tim VoorsâAlleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canadaâ, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- â âDe Caminoâ (2021), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024582280 - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %