Naar inhoud springen

gage

Uit WikiWoordenboek
  • ga·ge
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘loon’ voor het eerst aangetroffen in 1530 [1]
  • afgeleid van het Franse gage (met het achtervoegsel -age) [2] [3]
enkelvoud meervoud
naamwoord gage gages
verkleinwoord

de gage v / m [4]

  1. het loon dat iemand krijgt voor het verrichte werk m.n. bij artiesten
    • De artiest kreeg na afloop van zijn optreden zijn gage. 
80 %van de Nederlanders;
73 %van de Vlamingen.[5]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  gage     la gage     gages     les gages  

gage m

  1. (juridisch) onderpand, pand, waarborg
  2. (figuurlijk) belofte
  3. (figuurlijk) bewijs
  4. (economie) (meervoud) loon
vervoeging van
gager

gage

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van gager
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van gager
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van gager