Naar inhoud springen

plas

Uit WikiWoordenboek
  • plas
  • In de betekenis van ‘kuil met water, poel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord plas plassen
verkleinwoord plasje plasjes

de plas m

  1. een verzameling van vocht
    ▸ Zoals ik al vreesde, ligt er een enorme plas water op de grond onder de boiler.[2]
    • De wond veroorzaakte een plas van bloed. 
  2. (aardrijkskunde) een door veenafgraving ontstaan klein meer
    ▸ ‘Van Gooooo,’ klonk een tijdje later het trage zuidelijke Tennessee accent van Pogue, ‘Is er daar water?’ Ik knikte en wees naar beneden in de richting van de groene plas.[3]
  3. een enkele afscheiding van urine
    • De dokter vroeg of ik mijn plas kon meenemen. 
    ▸ Het matras is keihard en overtrokken met zo'n plastic hoes die zweet en plas moet weren.[4]
vervoeging van
plassen

plas

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    • Ik plas. 
  2. gebiedende wijs van plassen
    • Plas! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van plassen
    • Plas je? 
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[5]
  1. ↑ "plas" in:
    Sijs, Nicoline van der
    , Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org
    ; ISBN 90 204 2045 3
  2. ↑ “Echo's aan het meer” (2026), Kokboekencentrum, ISBN 9789029740210
  3. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. ↑ “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  5. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be