Naar inhoud springen

pool

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Pool, poule

(heteroniem)

  • pool
[A]+[B] enkelvoud meervoud
naamwoord pool polen
verkleinwoord pooltje pooltjes

[A] de pool v / m

  1. (aardrijkskunde) uiteinde van een draaiingsas, met name van de aardas
    • Aan de polen van de aarde is het zes maanden licht en zes maanden donker. 
    ▸ De diameter van pool tot pool is tien procent kleiner dan de diameter van de evenaar, een verschil dat zelfs door een kleine amateurtelescoop gezien kan worden.[8]
  2. (natuurkunde) een van beide einden van een (elektro-)magneet of antenne
    • Bij de pool komen de veldlijnen het dichtst bij elkaar. 
  3. (elektrotechniek) de aansluitpunten van een elektrisch toestel, snoer of netwerk
    • Een accu heeft twee polen. 
  4. (wiskunde) een uitzonderlijk punt waar een functie naar oneindig neigt
    • De functie 1/(x-1) heeft een pool voor x=1. 
  5. (wiskunde), (landmeetkunde) het referentiepunt in een polair coördinatenstelsel vanwaaruit de positie van een ander punt wordt bepaald door afstand (voerstraal) en richting (hoek t.o.v. een refentierichting)
    • Als pool kent men in een cartesisch coördinatenstelsel de oorsprong. 
  6. een uiterste van een tegenstelling
    ▸ Volgens de nazi's draaide de wereld uiteindelijk rond twee tegengestelde polen: Duitsland, de pool van orde, discipline en wetenschappelijke vooruitgang, en Amerika, de pool van democratische anarchie, decadent christendom en de degeneratie van de vrije markt, allemaal aangejaagd door de internationale Joodse samenzwering.[9]
    ▸ Als dat zo is, blijft het vreemd dat de ene pool van deze wisselwerking zo vaak wordt genegeerd en dat de moderne mens, die zich in de praktijk met steeds meer dingen omringt, er zo weinig theoretische aandacht aan besteedt.[10]
[B] enkelvoud meervoud
naamwoord pool -
verkleinwoord - -

[B] de pool v / m

  1. (textielindustrie) een van de vele opstaande draden of noppen van een tapijt of kleed
    • Een kleed met geknoopte polen. 
[C] enkelvoud meervoud
naamwoord pool polen
verkleinwoord

[C] de pool m

  1. (kleding) een lang model duffelse overjas
D enkelvoud meervoud
naamwoord pool pools
verkleinwoord pooltje pooltjes

[D] de pool m

  1. gezamenlijke pot met geld waarin personen of organisaties winsten, markten, risico's en meer inbrengen en verdelen
    • Voor bedrijven is een pool een vorm van economische samenwerking. 
  2. (spel) biljartspel lijkende op snooker
vervoeging van
poolen

[D] pool

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poolen
    • Ik pool. 
  2. gebiedende wijs van poolen
    • Pool! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van poolen
    • Pool je? 
98 %van de Nederlanders;
96 %van de Vlamingen.[11]
  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
enkelvoud meervoud
pool pools

[A] pool

  1. zwembad
  2.  bassin zn , poel,  plas zn  [2]
  3. collectie, gemeenschappelijke voorraad, verzameling

[B] pool

  1. (sport)  poule zn 
vervoeging
onbepaalde wijs to  pool 
he/she/it  pools 
verleden tijd  pooled 
voltooid
deelwoord
 pooled 
onvoltooid
deelwoord
 pooling 
gebiedende wijs  pool 

pool

  1. onovergankelijk samenwerken
  2. onovergankelijk een poel/plas vormen
  3. overgankelijk bijeenvoegen, bundelen, samenvoegen

pool

  1. (anatomie) hoofd