vulgair
Uiterlijk
- vul¡gair
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van âlaag bij de grondâ voor het eerst aangetroffen in 1836 [1]
- afgeleid van het Franse vulgaire met het achtervoegsel -air
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vulgair | vulgairder | vulgairst |
| verbogen | vulgaire | vulgairdere | vulgairste |
| partitief | vulgairs | vulgairders | - |
vulgair
- ordinair en plat.
- De jongen zei een vulgair woord.Â
- De uitbarsting van het duo Donald Trump en Vance onderstreept dat de VS onder hun gezag zijn gereduceerd van hoeder van de internationale rechtsorde en betrouwbare alliantieleider, tot een grootmacht die â desnoods ten koste van recht, waarheid en mensenlevens â buitenlandse politiek als een vulgair verdienmodel ziet, waarin het om macht en eigenbelang gaat.[2]Â
- Het woord vulgair staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vulgair" herkend door:
| 97Â % | van de Nederlanders; |
| 97Â % | van de Vlamingen.[3] |
- â "vulgair" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- â www.nrc.nl (6 mrt 2025)
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be